De stamboom van tarwe

Wist je dat de eerste broden reeds duizenden jaren geleden gebakken werden, in Mesopotamië? Toen al werd er gemalen graan gebruikt om brooddeeg te maken. De granen die we vandaag in ons brood vinden, hebben dus een hele geschiedenis achter de rug.

Alles begon met wilde grassoorten die zich spontaan met elkaar kruisten. Eenkoorn, evolutionair gezien de oudste tarwesoort in de wereld dankzij het AA-genoom (zeg maar het DNA) kruiste zich met andere grassoorten (met een BB-genoom) en zo ontstond emmergraan. Door latere kruisingen verkregen we andere graansoorten zoals Khorasan-tarwe en durumtarwe, allebei met de AABB-genoomsamenstelling.

Door deze granen verder te kruisen met wilde grassoorten (met DD-genoom) en gekweekte emmer ontstonden spelt en moderne tarwesoorten. Zowel spelt als zachte tarwe hebben de genoomsequentie AABBDD.

Eenkoorn is op die manier de ‘grootvader’ van heel wat graansoorten, en emmer is volgens diezelfde logica dus de 'vader'.

De stamboom groeit verder

Het is sinds mensenheugenis een gewoonte om granen te selecteren. Meer dan 10.000 jaar geleden verzamelden onze voorouders al de overgebleven granen, die ze dan bij het volgende zaaiseizoen opnieuw inzaaiden. Op die manier werden verschillende granen gekruist met wilde grassoorten. 

Spelt en andere moderne tarwesoorten ontstonden bijvoorbeeld door de kruising van eenkoorn met gekweekte emmer, of granen die een DD-genoom bezitten. Al die kruisingen leidden uiteindelijk tot de zachte tarwe die we vandaag kennen en die we wereldwijd gebruiken in ongeveer 80% van het gebakken brood, broodjes en patisserie.

Eeuwenlang selecteerden landbouwers hun granen zorgvuldig om de oogst te optimaliseren. Die selectie van granen had bovendien heel wat andere voordelen:

  • Optimale weerstand tegen ziektes en schommelingen van de omgevingsfactoren om het rendement te verhogen.
  • De hoeveelheid gekweekte granen verhogen om de bevolking te voorzien van een voldoende voedingsmiddelen
  • De output van het maalproces vereenvoudigen en verbeteren door de graankorrel niet te hoeven scheiden van het vlies.
  • De kwaliteit van de granen verbeteren om meer en beter voedsel te maken, zoals brood en banketbakkerswaren.

 

Oude granen en pseudogranen

Alle plantjes beginnen als een zaadje. Graszaad (met dunne blaadjes) wordt graan genoemd. Er zijn in totaal negen verschillende graansoorten: teff, sorghum, gierst, rijst, mais (Turks koren), haver, gerst, rogge en tarwe.

Sommigen beweren dat amarant, boekweit en quinoa ook graansoorten zijn, maar dat klopt niet, want het zijn pseudogranen. Dat zijn planten waarvan de zaden over het algemeen op dezelfde manier als graan gebruikt worden, maar die niet tot de grassenfamilie behoren.

Enkel eenkoorn, emmer, khorasan en wilde rogge mogen trouwens oude graansoorten (of oergranen) genoemd worden. Dit komt omdat zij voortkomen uit de familie van grassen (graminoïds), waardoor zij de wettige genetische stamvormen zijn van alle huidige granen.

- 1
facebook facebook Instragram Instragram Pintrest Pintrest
Deze website maakt gebruik van cookies om uw surfervaring op deze website makkelijker te maken.

Meer weten Verder gaan

scroll to top